Wanneer je bezig bent met motorrijlessen of je praktijkexamen voor het motorrijbewijs, krijg je te maken met de zogenoemde bijzondere verrichtingen motor. Dit zijn specifieke oefeningen waarmee je laat zien dat je de motor goed onder controle hebt, ook in situaties waarbij nauwkeurigheid en balans belangrijk zijn. Tijdens het praktijkexamen toetst de examinator of je deze verrichtingen veilig, gecontroleerd en met de juiste observatie kunt uitvoeren.
We zetten de 12 bijzondere verrichtingen motor overzichtelijk voor je op een rij en geven we je handige tips om ze goed onder de knie te krijgen.
Alle 12 bijzondere verrichtingen op een rij:
Tijdens je examen moet je laten zien dat je in verschillende situaties de motor beheerst. Hieronder vind je de 12 bijzondere verrichtingen met een korte uitleg:
1. Stapvoets rechtdoor rijden
Je rijdt langzaam in een rechte lijn, vaak naast een ander voertuig of denkbeeldige lijn, waarbij balans en gascontrole belangrijk zijn.
2. Slalom
Je rijdt afwisselend links en rechts langs pionnen. Hierbij is soepel sturen en constante snelheid belangrijk.
3. Wegrijden uit een parkeervak (links en rechts)
Je vertrekt gecontroleerd vanuit een stilstaande positie in een parkeervak, zowel links als rechts.
4. Keren door middel van het halve draai
Je maakt in één vloeiende beweging een halve draai, meestal op een smalle weg, waarbij je balans en stuurtechniek laat zien.
5. Keren door gebruik van de weg
Hierbij keer je de motor door meerdere stuurbewegingen, waarbij je goed moet kijken en de ruimte juist moet benutten.
6. Achteruit parkeren
Je duwt de motor lopend achteruit in een parkeervak. Controle en juiste kijktechniek zijn hier belangrijk.
7. Voertuigbeheersing bij lage snelheid
Dit zijn oefeningen waarbij je laat zien dat je de motor ook op lage snelheid stabiel kunt besturen.
8. Uitwijkoefening
Je wijkt plotseling uit voor een obstakel, zonder dat je snelheid verliest of de controle kwijtraakt.
9. Snelle slalom
Je rijdt in een vloeiende beweging met hogere snelheid door een reeks pionnen, waarbij je motorbeheersing en stuurtechniek laat zien.
10. Precisie-stop
Je remt gecontroleerd en precies op een aangegeven punt tot stilstand.
11. Noodstop
Je remt zo snel en krachtig mogelijk, waarbij je de motor recht houdt en beide remmen correct gebruikt.
12. Stapvoets een bocht rijden
Je rijdt langzaam en beheerst een bocht door, waarbij je goed stuurt en je balans behoudt.
Tijdens het praktijkexamen vraagt de examinator je een selectie van deze verrichtingen uit te voeren. Het is dus niet altijd nodig om ze allemaal te laten zien, maar je moet ze wel allemaal beheersen.
Tips voor bijzondere verrichtingen van motor
• Blijf rustig en ontspannen – spanning zorgt vaak voor schokkerige bewegingen. Adem rustig en voer de verrichting beheerst uit.
• Kijk waar je heen wilt – stuur met je blik. Waar je kijkt, gaat de motor vaak vanzelf naartoe.
• Gebruik de koppeling en achterrem bij lage snelheid – dit geeft je meer controle en stabiliteit.
• Houd je armen en schouders ontspannen – knijpen in het stuur maakt sturen moeilijker.
• Herhaal de oefeningen regelmatig – hoe vaker je oefent, hoe meer zelfvertrouwen je krijgt.
• Vertrouw op je instructeur – hij of zij weet precies waar jouw verbeterpunten liggen.
Wil jij goed voorbereid jouw motorrijbewijs halen en alle bijzondere verrichtingen motor perfect beheersen? Bekijk dan de mogelijkheden voor motorrijles bij Rijschool Veldkamp. Wij zijn onder andere actief in de volgende regio’s: