Het praktijkexamen is een belangrijk moment voor iedereen die zijn rijbewijs wil halen. Naast rijvaardigheid wordt er ook gekeken naar de kennis van de auto zelf. Voorafgaand aan en tijdens het examen kan de examinator je vragen stellen over basisfuncties en controles van de auto. In dit blog leggen we uit wat je hierover moet weten, zodat je goed voorbereid het examen ingaat en precies weet wat je kunt verwachten.

Dit moet je weten over de auto voor het examen

Voordat je instapt en het praktijkexamen begint, kan de examinator je vragen stellen over verschillende onderdelen van de auto. Het gaat hierbij vooral om basiskennis die belangrijk is voor veilig rijden en het controleren van je voertuig. Hieronder vind je de meest voorkomende onderwerpen die aan bod kunnen komen.

Verlichting van de auto

Je kunt vragen krijgen over de verschillende soorten verlichting, zoals dimlicht, grootlicht, mistlampen en richtingaanwijzers. Vaak wordt gevraagd hoe je deze aanzet of wanneer je ze gebruikt. 

Dimlicht – Het dimlicht zet je eigenlijk altijd aan als je gaat rijden, maar dat is niet verplicht. Wel zodra het schemerig of donker wordt. Ook verplicht bij slecht zicht door regen of mist overdag.

Grootlicht – Het grootlicht gebruik je alleen op donkere wegen zonder straatverlichting en zonder tegenligger. Je mag dit licht niet gebruiken in de bebouwde kom of als je er iemand mee kunt verblinden.

Mistlicht (voor en achter) – Het mistlicht gebruik je alleen bij zeer slecht zicht door mist, sneeuw of zware regen. De vuistregel is: alleen als je minder dan 50 meter zicht hebt.

Waarschuwingslichten (gevarenlichten) – De waarschuwings- of gevarenlichten gebruik je bij gevaar of noodsituaties, zoals pech, een ongeluk of als je onverwacht stilstaat. Ze worden ook gebruikt om andere weggebruikers te waarschuwen voor een file of plotselinge situatie.

Banden en bandenspanning

Ook vragen over de banden komen vaak terug. Je moet weten hoe je kunt controleren of je banden goed op spanning zijn en wat de minimale profieldiepte is. Daarnaast kan gevraagd worden wat je doet bij een lekke band of slijtage.

Bandenspanning controleren – De bandenspanning controleer je meestal bij een tankstation met een bandenspanningsmeter. Je kijkt of de spanning overeenkomt met de waarden die je vindt in het instructieboekje of aan de binnenkant van de tankklep of het portier. Te zachte banden zorgen voor een snellere slijtage en hoger brandstofverbruik. Te harde banden kunnen zorgen voor minder comfort en minder grip.

Profieldiepte controleren – Het profiel van de band kun je visueel controleren of met een profieldieptemeter. Wettelijk moet het profiel minimaal 1,6 mm zijn, maar voor de veiligheid wordt vaak aangeraden om banden al rond de 2 à 3 mm te vervangen.

Wat doe je bij een lekke band? – Bij een lekke band is het belangrijk om rustig te blijven en te stoppen op een veilige plek langs de weg. Zet de alarmlichten aan en gebruik eventueel een gevarendriehoek. Daarna kun je de band vervangen met een reservewiel (indien aanwezig) of pechhulp inschakelen. Rijden met een lekke band is gevaarlijk en kan de velg beschadigen.

Ruitenwissers en ruitensproeiervloeistof

De examinator kan je vragen waar de ruitenwissers zitten en hoe je ze bedient. Ook moet je weten waar je de ruitensproeiervloeistof bijvult en dat goed zicht belangrijk is voor een veilige rit.

Vloeistoffen onder de motorkap

Je hoeft geen monteur te zijn, maar je moet wel basiskennis hebben van de belangrijkste vloeistoffen in de auto. Denk hierbij aan motorolie, koelvloeistof en remvloeistof. Vaak moet je deze kunnen benoemen, kunnen aanwijzen waar deze zitten en wat je doet als een waarschuwingslampje gaat branden.

Bij motorolie kan de examinator ook vragen naar de peilstok. Dit is een metalen stok waarmee je het oliepeil controleert. Door de peilstok uit de motor te halen, af te vegen en opnieuw in te brengen, kun je zien of er genoeg olie in de motor zit. Te weinig olie kan schade aan de motor veroorzaken, dus het is belangrijk om dit regelmatig te controleren.

Dashboard en waarschuwingslampjes

Je kunt ook vragen verwachten over het dashboard. Denk aan lampjes zoals het motorstoringslampje, acculampje of bandenspanning-waarschuwing. Belangrijk is dat je weet wat je moet doen als zo’n lampje gaat branden.

Rood = direct stoppen. Er is een ernstig technisch mankement.

Oranje = waarschuwing. Er is iets mis, rijd voorzichtig en laat het zo snel mogelijk nakijken bij een garage.

Groen/blauw = informatie. Het systeem werkt of staat aan (bijv. dimlicht of richtingaanwijzer).

Stoel, spiegels en veiligheidsgordel

Voor je gaat rijden moet je alles goed instellen. Je stoel staat goed als je de koppeling volledig kunt intrappen met je linkerbeen, zonder dat je been volledig gestrekt is en je heupen loskomen van de stoel. Je been blijft licht gebogen. Zit je te ver weg, dan moet je je been helemaal strekken, waardoor je minder controle hebt.

Ook je zithouding is belangrijk. Als je je handen op 10 en 2 uur op het stuur houdt, moeten je armen licht gebogen zijn, ongeveer in een hoek van 120 graden. Zo heb je voldoende controle en kun je soepel sturen zonder spanning in je armen.

Daarna stel je de spiegels af. De binnenspiegel, zodat je de hele achterruit goed ziet, en de buitenspiegels, zo dat je net een klein deel van je eigen auto ziet en vooral goed zicht hebt op het verkeer naast en achter je.

Zo ga je goed voorbereid je praktijkexamen in

Door deze onderdelen goed te oefenen, weet je precies wat je kunt verwachten tijdens je praktijkexamen. Het gaat vooral om basiskennis en veiligheid, niet om technische details. Als je deze onderwerpen goed beheert, begin je met een stuk meer zelfvertrouwen aan je examen.

Benieuwd hoe we je verder kunnen helpen? We zijn onder andere actief in de volgende regio’s:

🍪 Wij gebruiken cookies om je de beste gebruikservaring te kunnen bieden.